Nu te bestellen: Essay ‘Ambtelijk vakmanschap en moreel gezag’

De grote vlucht die het begrip ambtelijk vakmanschap heeft genomen is fascinerend. Soms wordt het begrip heel vaag gebruikt,  andere keren wordt het preciezer uitgewerkt, zoals in het essay Ambtelijk Vakmanschap 3.0 van Paul ’t Hart uit 2014. Conceptueel zijn er allerlei aanzetten tot uitwerking, zoals: Welke concrete vormen neemt ambtelijk vakmanschap in de praktijk aan? Echter, over hoe gewenst ‘haalbaar’ het is in een ambtelijke omgeving, weten we eigenlijk relatief weinig. Zo stelt ’t Hart dat er sprake is van sedimentatie: ambtelijke professionaliteit bestaat namelijk uit verschillende lagen, te weten de professional 1.0, 2.0 en 3.0. Of en hoe deze verschillende lagen in de praktijk van het ambtelijk werk gecombineerd worden en kunnen worden, weten we niet.

Publicatie
Gabriël van den Brink, hoogleraar filosofie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en Thijs Jansen, med-oprichter en directeur van de Stichting Beroepseer en senior onderzoeker aan de School voor Politiek en Bestuur aan de Universiteit van Tilburg, hebben daarom een essay geschreven waarmee zij een invalshoek toevoegen aan het debat over ambtelijk vakmanschap. Volgens hen dient ambtelijk vakmanschap vormgegeven te worden in de context van een overheid die in toenemende mate alleen haar macht op een goede en effectieve manier kan aanwenden als de burgers haar gezag toekennen. En dat gezag is afhankelijk van hoe ‘gezagsdragers’ die de overheid representeren, omgaan met hun macht. Kortom, ambtelijk vakmanschap is daarmee niet los te zien van machtsuitoefening en de toenemende noodzaak om de overheid gezag te bezorgen. In het essay hebben zij uitgewerkt wat dat voor het ‘vakmanschap’  van ambtenaren die onder politieke bestuurders functioneren, betekent.

Dit essay volgt op andere door IKPOB geïnitieerde onderzoeken met hieraan verwante verkenningen over ambtelijke professionaliteit en ambtelijk leervermogen. Het essay is voortgekomen uit ‘De Zoektocht naar het handwerk van de overheidsmanager’ van de VOM, VGS en IKPOB, waarin de vraag ‘Wat zijn de kwaliteiten die overheidsmanagers nodig hebben om hun verantwoordelijkheden uit te kunnen voeren?’ centraal staat.